Speklap

Groeten kan op zo veel verschillende manieren. In de stad waar ik woon groeten mensen elkaar meestal niet. Als je iemand tegemoet loopt kijk je of je diegene kent en of hij kijkt en zo niet dan wend je je blik af. Het liefst voordat je blik de zijne kruist. Want als je ziet dat de ander kijkt zal er gegroet moeten worden. Een plichtmatig knikje of keelgeluid kan al voldoende zijn, maar sommige welopgevoede medemensen hoor je dan het volledige ‘goedemorgen’ of ‘goedemiddag’ uitspreken. En dan kan je niet achterblijven. Dat zou onbeschoft zijn. Maar verder gaat dit ritueel meestal niet. Het betekent zoiets als ‘ u hebt gezien dat ik u heb gezien, tot ziens’. En we lopen verder, allebei in ons eigen Individualiserend Bewustzijn. Hoe anders klinkt het ‘Hallo!’ van de vrouw die een paar minuten na mij de biologische slager binnenkomt.

Het eerste wat me opvalt is dat zowel de slager en de winkelmedewerkster als ikzelf meteen vrolijk teruggroeten. Pas daarna kijk ik om, want ik stond met mijn rug naar de deur en de vrouw toe. Ik ken haar niet, nooit eerder gezien, maar we kijken elkaar even lachend aan. Ik vervolg mijn bestelling en ook mijn gesprek met de winkelmedewerkster. We hebben het over mijn dochter van vier maanden van wie alleen de voetjes, die uit de maxicosi steken, te zien zijn. Ze ligt heerlijk geluidjes te maken. De vrouw die zo vrolijk groette luistert even met ons gesprek mee en zegt dan dat ze “toch even moet kijken, hoor”. Met mijn goedvinden spiekt ze voorzichtig om de rand van het zonneschermpje de maxicosi in en lacht naar mijn dochter.

Waar de meeste mensen vervolgens een opmerking maken over de ogen van mijn dochter, of over haar lach, kleertjes of handjes, zegt deze vrouw: “Heerlijk zo’n zonneschermpje. Echt een coconnetje. Je hebt ook van die mensen die zo’n kleine baby met het gezichtje naar voren op hun buik door de stad dragen op zaterdagmiddag. Al die indrukken die dan op zo’n kind afkomen! Daar kan ik niet tegen als ik dat zie. Arme kinderen.” Ze zegt het met stralende ogen en veel armgebaren en ik begin te vermoeden dat ze in het Verenigend Bewustzijn leeft. (Mensen in dit bewustzijn, zijn over het algemeen zelf heel gevoelig voor overprikkeling èn kunnen zich erg goed in anderen verplaatsen.) Omdat ik denk dat het heel erg van het type kind, en zijn Bewustzijnsvorm, afhangt of een kind er al dan niet tegen kan om zo open rond gedragen te worden, zeg ik vragend dat ik denk dat de één daar misschien beter tegen kan dan de ander? De vrouw denkt even na en zegt dat “dat waarschijnlijk ook weer waar is”.

“Mijn dochter moet ik binnenshuis niet met haar gezicht naar me toe willen dragen,” vertel ik. “Dan verdraait ze haar hele lijfje om de kamer in te kunnen kijken. Maar buitenshuis is dat inderdaad wat anders.” De slager snapt daar niet zoveel van. Als je kinderen moet vervoeren dan moet je ze vervoeren, of dat nu in een maxicosi, een draagding of een andere handige uitvinding is, met of zonder prikkels. Voor de slager, van wie ik vermoed dat ze (het is een vrouw) wat dit onderwerp betreft in het Individualiserend Bewustzijn leeft, is het daarmee klaar. Maar de vrolijk groetende vrouw is duidelijk nog over de opmerking van de slager aan het nadenken, als de slager haar vraagt wat het mag zijn. Ze moet echt even omschakelen en besteld dan één speklap.

“Eentje?,” vraagt de slager, haar verwondering verbergend.

“Ja, dat hoort toch bij hutspot?,” vraagt de vrouw. “Ik heb ’t al zo lang niet meer gemaakt maar mijn zoontje wilde dat weer een keer eten.” De slager beaamt dit, pakt de speklap voor haar in en trekt een verwonderd gezicht naar mij als blijkt dat dat alles is wat ze nodig heeft.

Voor mensen in het Individualiserend Bewustzijn is het ook lastig te geloven dat er mensen zijn die zelf geen vlees eten maar het wel maken voor hun kind terwijl ze zich druk maken over een (mogelijk) teveel aan indrukken op de baby van een ander. Net zoals het voor de vrouw waarschijnlijk moeilijk te begrijpen is dat een slager die er voor kiest om alleen biologisch vlees te verkopen zich nìèt druk maakt over de kinderen van de wereld.

Desalniettemin groeten ze elkaar buitengewoon hartelijk, en mij ook, en daar geniet ik dan weer ontzettend van.

Karin Koetsveld, 4 april 2012

This entry was posted in Blog. Bookmark the permalink.