De politiek, gezien door de ogen van Bewustzijnsvormen

Het is 21 maart 2014, twee dagen na de Gemeenteraadsverkiezingen. De stemmen zijn geteld en nu begint de formatie. Een verkiezingsstrijd is achtereenvolgens een strijd om de kiezer, een strijd om de zetels (de formatie) en later bij de uitvoering van het beleid, een strijd om coalities voor een meerderheid voor het voorliggende plan. Daarmee volgt de politiek naadloos het aloude principe van de Stammenstrijd. Dat laat zien dat de politiek maar in één van de drie Bewustzijnsvormen past: in het Stambewustzijn.

Een Stammenstrijd begint ermee dat elke Stam zijn leger bijeenroept. Vroeger bestond het leger niet als een afzonderlijke groep of instituut, maar elke werkzame man liet bij de oproep tot strijd zijn werk in de steek en bewapende zich. Hoe groter de groep kon worden, hoe sterker die werd en dus hoe groter de kans om te overwinnen. Maar dat was uiteraard geen uitgemaakte zaak. Strategie, het weer, toeval en nog wat onzekere factoren bepaalden het verloop van de strijd en dus werd winnen of verliezen uitsluitend op het slagveld uitgemaakt. Als de strijd eenmaal gestreden was, viel het leger weer uiteen. Doden werden begraven, de gewonden verzorgd en degenen die er zonder kleerscheuren afgekomen waren, pakten hun werk weer op. Voor het uitvoeren van de handel en om te zorgen dat de Stam bij een volgende dreiging zoveel mogelijk soldaten op de been zou kunnen brengen, werden afspraken gemaakt met andere Stammen. Men sloot een verbond, wat alleen maar een ander woord is voor ’coalitie’.

De analogie is op z’n zachts gezegd opvallend: in verkiezingstijd is de strijd om de kiezer niets anders dan de oproep om de eigen groep zo groot en dus zo sterk mogelijk te maken. Dat wordt vastgesteld in het ritueel van het stemmen, het principe van ’one man, one vote’. Dit past volkomen in het Stambewustzijn, waar je alleen lid kan zijn van je eigen Stam of van een andere Stam, maar nooit van meerdere stammen tegelijk. Tot zover is het niet meer dan de voorbereiding voor de strijd, want het eigenlijke treffen vindt pas plaats ná het stemmen. De Stam (= politieke partij) die dan het grootst geworden is, heeft de meeste zeggingskracht bij de strijd om de zetels. Er wordt al een voorschot genomen op het beleid door coalities te vormen, maar daarbij vallen ook partijen af. Die kennen we als ’oppositie’, wat in de Stammenstrijd de verliezers zijn. Of de grootste partij gaat regeren of in de oppositie belandt, wordt pas in deze tweede fase duidelijk. De formatie komt geheel overeen met het slagveld bij de Stammenstrijd.

Als de strijd gestreden is en duidelijk is welke partijen hebben gewonnen (de regering, die het gezamenlijke beleid gaat uitvoeren) en wie de verliezers zijn (de oppositie), wil dat niet altijd zeggen dat er geen afspraken tussen winnaars en verliezers gemaakt kunnen worden. Als het stof is neergedaald, de wonden zijn gelikt, wordt er weer strategisch gekeken. Bij een bepaald plan kan het van belang zijn om (een deel van) de oppositie er in te betrekken, om dat plan zo beter en/of sneller te kunnen uitvoeren. Dat komt volkomen overeen met de afspraken die vroeger tussen Stammen gemaakt werden en zoals gezegd is een coalitie alleen maar een duur woord voor ’verbond’.

Een vaak gehoord verwijt is, dat een partij niet waarmaakt wat ze vóór de verkiezingen beloofden. ”Er moeten nu eenmaal concessies gedaan worden”, is dan het meest gehoorde antwoord. Maar de analogie met de Stammenstrijd laat zien dat het twee geheel verschillende fasen zijn: eerst het leger zo groot mogelijk maken, dan pas het inhoudelijke gevecht. Of en hoe die strijd gewonnen wordt, is een proces dat van veel meer factoren afhankelijk is dan het aantal alleen, en dat maakt het inzichtelijk waarom verkiezingsbeloften gebroken worden: van oudsher gaat het in die eerste fase helemaal niet om de inhoud, maar alleen om het aantal: het zo groot mogelijk maken van het leger – meer niet.

Uiteraard zijn er tussen de Stammenstrijd en de politiek ook verschillen. Het meest in het oog springende is de afwezigheid van een openlijke strijd op het slagveld. Gelukkig maar; zo kunnen we onenigheid beslechten zonder dat er doden en gewonden vallen. De politiek is daarom helemaal geen slechte uitvinding. Het is in wezen een Stammenstrijd, die in een geaccepteerd en wettelijk vastgelegd ritueel wordt uitgevochten, zonder dat er letterlijk bloed vloeit. Maar het is wel overduidelijk een ritueel van het Stambewustzijn. En het is een oude uitvinding. Het stamt uit een tijd dat het Stambewustzijn nog de grootste en meest wijdverbreide Bewustzijnsvorm was. Het wordt nog steeds op dezelfde manier uitgevoerd; het gaat er als vanzelfsprekend vanuit dat iedereen zich achter dit ritueel, en dus achter het Stambewustzijn schaart. Het is helemaal geen issue of de politiek wel past bij de andere Bewustzijnsvormen. En daar wringt de schoen.

Met Bewustzijnsvormen willen we je graag bewust maken dat er meer dan één manier is om naar de werkelijkheid te kijken. Is dat nodig? Ja, want als je gewend bent aan één Bewustzijnsvorm, kijk je altijd op die manier, en zijn mensen die anders kijken onbegrijpelijk en raar voor je. Je kan je dan niet of alleen met veel moeite in hen verplaatsen. Door haar basisstructuur zit de politiek opgesloten in één Bewustzijnsvorm. Ze is er voor alle mensen, maar doordat ze niet buiten het Stambewustzijn kan kijken, wordt het heel lastig voor mensen die vanuit een andere Bewustzijnsvorm leven. Als zij met de politiek mee willen doen, moeten ze zich altijd in voor hen onnatuurlijke bochten wringen, of, als zij vanuit meerdere Bewustzijnsvormen leven, moeten ze zich beperken tot het Stambewustzijn. Daarmee wordt in hun ogen het aantal mogelijkheden voor oplossing en aanpak van problemen beperkt. Dat voelt nooit goed, integendeel. Dat wringt. Waarschijnlijk verliezen deze mensen het snelst hun vertrouwen in de politiek.

Op opkomst bij de Gemeenteraadsverkiezingen was 53,8 procent. Alle partijen samen hebben dus 46,2 procent van de stemgerechtigden niet weten te mobiliseren. In het kader van de veranderingen in bewustzijn die we in deze blogs regelmatig bespreken, roept dat deze vraag op: In hoeverre zouden al deze mensen wel deelgenomen hebben als we een systeem zouden hebben waarin àlle Bewustzijnsvormen zich thuis zouden voelen?

Krijn Koetsveld.

This entry was posted in Blog. Bookmark the permalink.