De participatiesamenleving

Tijdens het schrijven van mijn vorige blog ’Relax, nothing is under control’ realiseerde ik me weer eens hoe belangrijk het is om je gevoel helemaal mee te laten doen. Als iets niet prettig voelt, is dat vaak een signaal, dat je vraagt om er even bij stil te staan. Zo gaf het woord ’participatiesamenleving’ me al bij de introductie tijdens de Troonrede een onbehagelijk gevoel, maar tot nu toe had ik er niet echt bij stilgestaan. Ook omdat het me geen blijvertje leek, maar dat werd het wel. Het genootschap ’Onze Taal’ riep het zelfs uit tot het woord van 2013. Dus laat ik er nu toch maar eens goed naar kijken; en wel door de bril van Bewustzijnsvormen, want dat heeft me al vaker verrassende inzichten opgeleverd.

Ik heb eerst opgezocht wat ’participatie’ letterlijk betekent. Teruggaan naar de oorspronkelijk betekenis van een woord helpt me vaak, omdat ik me zo bewust wordt van later ingeslopen betekenissen. ’Participatie’ betekent ’deelnemen aan’. Dat vooronderstelt een bestaande gebeurtenis. Bijvoorbeeld: een kind is aan het knikkeren en een ander kind vraagt: ”Mag ik meedoen?” Dat kind had ook kunnen kiezen om dat niet te vragen, net zo goed als het knikkerende kind de vrijheid heeft om ”Ja” of ”Nee” te zeggen. Het enige dat niet ter discussie staat bij ’deelnemen aan’ is de activiteit: die staat al vast. Zo gaat het ook als je participeert in een bedrijf of een vereniging. Je kan wel invloed uitoefenen, maar alleen binnen het bestaande kader.

Toch is participeren niet altijd volkomen vrijwillig. Binnen het Stambewustzijn ben je lid van deze stam of groep, of van een andere. Daarin kan je geen lid zijn van twee of meer stammen of groepen, als die qua doelstelling veel op elkaar lijken. Dat is bij de oorspronkelijke stammen zeker zo; het gaat daarbij immers om de basis van alles: levensbelang. Maar denk ook eens aan voetbal; je bent supporter van één club, niet van twee. Anders krijg je geheid vragen: ”Hoor je nu bij ons of bij hen?” Dat is het echte Stambewustzijn; dat vraagt van je te kiezen bij welke groep je wil horen, maar daar moet je dan ook bij blijven en niet ’vreemdgaan’. En dus de regels en voorschriften volgen. En de besluiten van de leiding accepteren.

Als ik naar het Verenigend Bewustzijn kijk -dat immers ook het ’samen’ hoog ik het vaandel heeft- zie ik direct meer ruimte als het om ’participeren’ gaat. Dat komt vooral omdat in het Stambewustzijn altijd strijd op de loer ligt tussen mijn stam en andere stam(men); een principe waar we met voetbal een spelletje van gemaakt hebben. In het Verenigend Bewustzijn staat het strijdprincipe op een veel grotere afstand, omdat het gevoel dat we het uiteindelijk wereldwijd samen voor elkaar moeten zien te krijgen, sterker is. Maar ook daar blijft ’participeren’ in wezen hetzelfde: meedoen met wat een ander heeft bedacht of voorgesteld.

In het Individualiserende Bewustzijn ligt zoveel nadruk op de ruimte die de persoon zelf nodig heeft of wil hebben, dat aan ’participatie’ vaak een vorm van onderhandeling voorafgaat. Het is niet zomaar meedoen, maar ’op mijn voorwaarden’, waar de ander het dan uiteraard mee eens zal moeten zijn. Maar ook dan blijft het principe van meedoen aan iets dat een ander is begonnen, recht overeind. Misschien veranderen details, of de uitvoering, maar niet het onderwerp van de activiteit. Die ligt vast. Dit geldt, kortom, dus voor alle Bewustzijnsvormen.

Kan je nu als regering in de Troonrede zeggen dat de maatschappij verandert in een ’participatiesamenleving’? Dat klinkt als een constatering, een observatie van een maatschappelijke ontwikkeling, die aan de gang is – los van welk regeringsbeleid ook. En in die context werd de term daar ook voor het eerst gebruikt. Letterlijk betekent het woord alleen maar ’meedoen aan de samenleving’, waarbij ’samenleven’ de activiteit is. Wil de ontwikkeling die de regering ziet, zeggen dat mensen nu meer mee willen doen aan de samenleving? Meer dan vroeger? Of wilden ze toen helemaal niet? Beide vragen kan ik alleen maar met ”Nee” beantwoorden, want mensen leven nu eenmaal samen. Hoewel… er bestaat toch ook zoiets als je terugtrekken, jezelf ’buiten de samenleving plaatsen’? Daar is tegenwoordig meer aandacht voor, omdat dergelijke ’lone wolves’ soms extreme ideeën ontwikkelen die gevaarlijk kunnen zijn voor de samenleving. Als je er voor kan zorgen dat iedereen zoveel mogelijk meedoet aan de samenleving, is er meer sociale controle en voorkom je dergelijke, mogelijk gevaarlijke uitwassen. Maar zo benoemd is het regeringsbeleid en geen constatering van een maatschappelijke ontwikkeling. Bovendien wil ’je afkeren van de samenleving’ niet zeggen dat je niet meer meedoet – de rol van de ’grote afwezige’ of de ’zondebok’ is vaak van groter impact voor die stam, groep of samenleving dan van degenen die volgens de sociaal aanvaarde normen meedoen. Die impact mag dan meestal ongewenst zijn, maar strijden en bestrijden is ook een vorm van meedoen. Alleen echte kluizenaars doen helemaal niet meer mee; en zelfs zij hebben nog invloed. Je kan dus hoogstens iets constateren over de manier waarop men meedoet. Maar dat betekent het woord ’participatie’ niet – dat gaat niet verder dan ’het meedoen’ zelf. Als in de Troonrede gesteld wordt dat de maatschappij verandert in een ’participatiesamenleving’, wordt er gesuggereerd dat er iets veranderd is, maar de term zegt in feite helemaal niets over wat die verandering inhoudt. Dat maakt ’participatiesamenleving’ tot een lege term, een ’meedoen aan de samenleving’ waar je qua betekenis van alles en nog wat in kan zien of aan kan hangen.

De term ’participatiesamenleving’ heeft dus zeer ruime en geen vaste betekenis. Dat maakt het zo wendbaar, dat het manipulatief wordt. Eerlijk gezegd valt me de keuze van het genootschap ’Onze Taal’ om deze term tot het woord van 2013 te verheffen dan ook erg tegen. Juist omdat zij zo gericht zijn op goed gebruik en het niet verkeerd interpreteren van woorden, had ik verwacht dat ze eerst een analyse gemaakt zouden hebben. Blijkbaar niet, want dan zouden ze vast tot een vergelijkbare conclusie zijn gekomen.

Maar aan de andere kant is het wel begrijpelijk dat er gezocht is naar een term om de huidige ontwikkelingen in de maatschappij te beschrijven, want die zijn er ontegenzeggelijk. Het gaat bovendien zo snel, dat je wel blind moet zijn om het niet te zien. Goed – ’participatiesamenleving’ mag het dan niet zijn, maar wat is het dan wel? Zo rol ik van de ene vraag in de volgende. Daar zal ik de komende twee weken eens goed naar kijken. Ondertussen heeft de bril van Bewustzijnsvormen me wel geholpen om van het onbehagelijke gevoel af te komen dat het woord  ’participatiesamenleving’ maar steeds bij me opriep. Het was inderdaad goed om even bij dat gevoel stil te staan, want het had me duidelijk iets te zeggen: dat ’de participatiesamenleving’ een lege, betekenisloze, multi-interpretabele en dus manipulatieve term is.

Krijn Koetsveld.

This entry was posted in Blog. Bookmark the permalink.