‘Bewustzijnsvormen’ of ‘aspecten van bewustzijn’?

Ik kreeg de vraag: “Waarom gebruik je de term ‘Bewustzijnsvormen’? Zijn het niet gewoon aspecten van bewustzijn?”

Op het eerste gezicht is daar wel wat voor te zeggen, maar bij nader inzien kies ik toch weer helemaal voor de term ‘vorm’. Ik zal uitleggen waarom.

Bij een ‘vorm’ denk ik aan werk in de keuken: als je een pudding maakt of een taart bakt, heb je een vorm nodig. Door de vorm en het kook- of bakproces, krijgt de aanvankelijk vloeibare substantie vorm en betekenis: je herkent het als ‘pudding’ of ‘taart’.

Voor je bewustzijn is de ‘vorm’ het omhulsel waardoor je ervaring betekenis krijgt. Hoe gewoon dat is, zie je aan het tegendeel: bijvoorbeeld die YouTube-filmpjes, waarin een baby voor het eerst z’n eigen hand waarneemt. Daar zie je, voel je dat die waarneming nog betekenis moet krijgen. De vorm ontbreekt nog.

Zo werken de Bewustzijnsvormen: ze geven je ervaring betekenis. Dat is een continu doorgaand proces en daardoor zó gewoon, dat het alleen opvalt, als het een keer niet werkt: als je een ervaring hebt die in geen enkele vorm past…

Als je de lezing of de dagworkshop van Bewustzijnsvormen volgt, krijg je een eerste beeld van je eigen Bewustzijnsvorm. Daarbij ontdek je ook welke vormen je als vanzelfsprekend bij verschillende onderwerpen gebruikt. Om een voorbeeld te geven: als het gaat om het onderwerp ‘andere mensen’ kan je vanzelfsprekend vanuit het Stambewustzijn leven, terwijl als het om het onderwerp ‘geld’ gaat, je zonder er over na te denken de vorm van het Individualiserend Bewustzijn gebruikt.

Als een ander bij zo’n onderwerp van een andere Bewustzijnsvorm uitgaat, kan het gebeuren dat je hem niet begrijpt. In termen van een ‘vorm’ is het dan alsof de ander een bal bij jou in een driehoekig gat probeert te duwen: het past niet. Maar omdat dit niet te zien is, en niet bewust gebeurt, ervaar je alleen dat hij onzin praat. Maar voor de ander is het ‘toch zo duidelijk’. Dat klopt, want voor hem past de ervaring wel; hij gebruikt een vorm die gewoon en altijd past, en voor hem is jouw vorm daarom ‘de verkeerde’. Maar omdat die ander dat ook niet kan zien en zich dat dus ook niet bewust is, is voor hem jouw verhaal alleen maar ‘onzin’. Zo verzandt het contact.

Als je samen gaat begrijpen dat je bij één onderwerp verschillende vormen gebruikt om je ervaring betekenis te geven, kan je samen boven het niveau van ‘niet begrijpen’ en ‘onzin’ uitstijgen. Daarvoor hoef je het niet eens te zijn met de manier waarop de ander het doet. Om een analogie te gebruiken: je kan nog steeds vinden dat de ander de puddingvorm gebruikt voor het bakken van een taart, maar omdat je nu kan zien dat hij die vorm gebruikt, kan je nu ineens begrijpen waarom zijn taart zo’n vreemde vorm heeft. En vice versa. Dan kan je samen verder. Dat is de winst van het denken, kijken, leven en werken met Bewustzijnsvormen.

Krijn Koetsveld.

This entry was posted in Blog. Bookmark the permalink.

Comments are closed.